Jan De Volder | Het was een leerrijke zondagochtend, onlangs in Londen. Nabij Hyde Park liep ik een anglicaanse kerk binnen. In een zijkapel vond een dienst plaats, de priester met de gelovigen rond een tafeltje waar brood en wijn al klaar stonden. De lezingen, uit een Bijbel in omgangsengels, werden door de gelovigen becommentarieerd. Het was ‘back to the seventies’. En er was acht man. Trinity Church, Brompton Street, een ander gezicht van de anglicaanse kerk. Sommige ingrediënten uit de pinksterkerken worden hier gekopieerd: swingend orkestje, eenvoudige liedjes waarvan de tekst vooraan wordt geprojecteerd, koffie en gebak verkrijgbaar in de kerk. Zeker driehonderd aanwezigen, jong, voornamelijk blank volk, nevenactiviteiten voor kinderen. Tien jaar geleden kon dat misschien de kerk van de toekomst lijken.
Even verderop: in de katholieke kerk van de oratorianen wordt een klassieke Latijnse dienst gevierd, volgens wat vandaag de ‘buitengewone ritus’ heet. Voorganger in dezelfde richting gekeerd als de gelovigen, iedereen knielend bij de consecratie en bij de communie, op de tong. Wat treft, is het volk: stampvolle kerk, een duizend gelovigen, van alle categorieën: jong en oud, man en vrouw, Engelsen en vreemdelingen. Zou dit de kerk zijn van de jaren 2010? Veertig jaar nadat de waardevolle vernieuwingen van het Tweede Vaticaans Concilie, in een jammerlijke paringsdans met de tijdgebonden vernieuwingsdrift van de jaren 1960, een kaalslag hadden aangericht in de liturgie, is de klassieke mis terug. Almaar meer hoor je zeggen: “Als er weer gregoriaans wordt gezongen, zitten de kerken opnieuw vol”. Dat zeggen niet de kerkgangers, maar diegenen die niet (meer) gaan.
De Romeinse kerk van Benedictus XVI is ontegensprekelijk weer attractief voor wie niet op zoek is naar modegrillen, maar naar tijdloze traditie. Dat ondervindt de anglicaanse kerk. Zelf is die hopeloos verdeeld geraakt over kwesties als vrouwelijke bisschoppen, homopriesters, homohuwelijk. Een groeiend aantal gelovigen volgt de vernieuwingsdrang niet meer. Individuele overstappen naar de rooms-katholieke kerk waren al schering en inslag. Met de aankondiging vorige week van een nieuwe apostolische constitutie en de oprichting van ‘persoonlijke ordinariaten’ maakt de Congregatie van de geloofsleer in Rome nu ook de overstap in groep mogelijk.
Volgens het weekblad The Tablet zouden mogelijk tientallen bisschoppen en priesters, en een half miljoen gelovigen uit de hele Angelsaksische wereld de overstap overwegen. Overigens kun je dit moeilijk als een ‘vijandig bod’ vanwege Rome beschouwen, zoals her en der in onze media werd gesuggereerd: in Londen kondigden de katholieke aartsbisschop Vincent G. Nichols en de anglicaanse primaat Rowan Williams de op handen zijnde constitutie samen aan. Niet alleen traditionele anglicanen tasten de voorwaarden van het herstel van de eenheid met Rome af. Deze week werden ook de gesprekken met het traditionalistische Pius X-genootschap weer hervat. Die waren eerder ‘on hold’ gezet na de verontwaardiging over de holocaustontkennende bisschop en enkele omstreden priesterwijdingen. Als traditionele anglicanen met hun liturgische eigenheid en hun gehuwde clerus een plaats kunnen vinden in de ene maar intern toch zeer geschakeerde rooms-katholieke kerk, kan dat wellicht ook onder voorwaarden voor de traditionalisten. Dat is niet alles: van 16 tot 23 oktober vond in Cyprus ook een nieuwe ronde plaats van de gesprekken tussen katholieken en orthodoxen over het primaatschap van Petrus. Ook over dat heikele punt wordt langzaam vooruitgang geboekt. Ongetwijfeld zie je hier de vinger van Benedictus. Waar de oecumene genre Wereldraad van kerken lood in de vleugels heeft, lijken die nieuwe vormen van toenadering – gecentreerd rond de traditie en de aanvaarding van het primaatschap van Petrus – de wind in de zeilen te hebben.
(met toestemming overgenomen uit Tertio 507)
Laatste reacties