De afstand tussen Boven en Beneden
Monday, January 23, 2012 at 3:43PM
In Tertio 623 nam ik kennis van de uitgesproken visie van een aantal progressieve katholieken. Ignace D’Hert, Marc Van Tente en Eddy Van Waelderen, twee priesters en een religieus, waren bij de eerste theologen die het manifest Gelovigen nemen het woord ondertekenden. Waarom zij dat deden, kan duidelijk worden als wij ons even bekend maken met hun manier van denken. Zij verwoorden een visie waarbij de kerk beschouwd wordt als een feilbare en bijgevolg ook gefaalde poging tot het vormgeven van het bedoelde Rijk van God.
Jezus Christus is voor hen vooral Rabbi Jesjoea uit Nazaret die, als profeet, het rijk van God verkondigt door een nieuwe interpretatie van de Thora om zo terug te keren naar haar oorspronkelijke betekenis, namelijk een levensweg waar men niet oordeelt noch veroordeelt maar ruimte geeft en opricht. De profeet Jesjoea trad op in de naam van God, troostte, nam angst weg en deed opstaan in waardigheid. Na zijn dood werden de herinneringen aan diens woorden en handelingen in verhalen doorgegeven waarvan we er een aantal terugvinden in de evangeliën.
De joodse verkondigers van Jezus’ boodschap dachten in termen van groeien, evolueren en worden. Maar doordat de gelovigen uit de heidenen niet vertrouwd waren met deze denkwijze en de Griekse filosofie prefereerden, herdachten ze de boodschap in termen van zijn en niet van worden en evolueren. Volgens het progressieve denken loopt het hier verkeerd. Deze inculturatie zou er toe gebracht hebben dat de woorden van Jezus als statische filosofische termen gelezen werden en dat trouw aan Jezus vervangen werd door trouw aan de onveranderlijke leer van de kerk.
De kerk wordt door hen niet gezien als door God ingesteld of geleid. Zij zien een instituut dat, vooral sinds Constantijn in de vierde eeuw, steeds meer een machtsinstituut geworden is en dat de geloofsbeleving van de christenen wil bepalen. Hier hanteren zij dezelfde techniek die ook protestanten gebruiken om af te rekenen met de tastbare kerk die hun beweging voorafgaat.
De progressieve visie wil in staat gesteld worden om vandaag de kerkelijke boodschap te bepalen en verklaart daarom dat waarheid nooit is, maar altijd gezocht moet worden en slechts nu en dan, gedeeltelijk en voorlopig, gevonden wordt. Voor hen is ware orthodoxie niet de trouw aan de leer van de katholieke kerk, maar het blijvend zoeken naar de steeds nieuwe zin vanuit het Jezusgebeuren.
Met al het bovenstaande is het niet verwonderlijk dat deze progressieve theologen afwijkende visies op katholiek kerk-zijn wensen te ondertekenen. Elke kans wordt gegrepen om de kerk te hertekenen aan de hand van het amorfe en telkens opnieuw te definiëren Jezusgebeuren. In het protestantisme liet men destijds de kerkelijke traditie achter zich om vervolgens de bijbel krampachtig te omhelzen. Maar het liberaal denken van sommige katholieken levert daarenboven ook de Schrift in en gaat creatief op zoek naar de verdwenen-geachte mondelinge traditie van een opvallende profeet van heel lang geleden.
Je kan het progressief denken over Jezus - die hier niet langer de Zoon van God mag zijn - niet typisch protestants noemen, maar katholiek is het zeker ook niet. Het lijkt zelfs het einde van het geloof. Een soort capituleren en een aansluiten bij de lange rij agnosten.
Het blijft moeilijk om een God te volgen die enkel een tekst achterliet. Zeker zo moeilijk, zoniet onmogelijk is het, een God te volgen, wiens profeet van weleer niet luid genoeg kon roepen opdat we vandaag zouden weten wat geloven in God moge betekenen. Zouden we de kerk toch niet nodig hebben? Is het kerkelijk magisterium niet juist datgene wat geloven haalbaar maakt?
Het kerkelijk leergezag hoeft daarvoor geen hermetisch onbuigzame data aan te leveren. Katholieken zijn geen slachtoffers van de harde schrifttekst, of ongeuanceerde of onbarmhartige geloofsverkondiging. Er is zeker de ruimte en het geduld voor een gedegen interpretatie van datgene wat God ons aanreikt. Filosoof André Cloots drukt het mooi uit in Tertio 619:
De Bijbel is, in tegenstelling tot de Koran, niet het letterlijke woord van God; door God gedicteerd van bovenaf. Het ‘Woord van God’ is de Christus en de interpretatie van die Christus gebeurt door de vier evangelies, de theologie, de kerkvaders, de traditie, het kerkelijke leergezag en uiteindelijk het individuele hart van iedere gelovige. Interpretatie alom dus. (...) Die interpretaties zijn altijd mensenwerk - al zal de gelovige daar ook de Geest Gods in aan het werk zien.
Als we gelovig willen blijven, of anders gezegd, als we het leven willen beschouwen vanuit Gods grote liefde, dan moeten we oog hebben voor het werk van de heilige Geest in de geschiedenis. Dan moeten we Hem danken voor het historisch-aantoonbare mandaat waarmee de kerk het evangelie blijft verkondigen. Ook moeten we God danken voor het geschenk van ons geweten waarmee we de oefening blijven maken om het kerkgeloof te verzoenen met onze eigen diepe en unieke levenservaringen.
Er is veel om voor te danken, maar hoe zouden wij de Vader in de hemel kunnen danken, zonder onze moeder op aarde, de kerk, die ons aanleert wat het is om echt eucharistisch en dankbaar te zijn?
Rob's Column,
Tertio 

Reader Comments (1)
Zo te zien heb ik niet al te veel gemist met het door drukte overslaan van mijn wekelijkse Tertiobladerdag.