Wederwijds respect
Saturday, October 29, 2011 at 4:04PM
Het lijkt me het beste als Protestanten en Katholieken met wederzijds respect gezamenlijk optrekken. De cultuurverschillen zijn gewoon te groot. Wie switcht, doet dat meestal vanuit een behoefte, die dan weer niet voor anderen geldt.
In mijn eerste gevoel geef ik je gelijk. Niet iedereen beleeft hetzelfde, wat zelfs het blijvend bestaan van het atheïsme verklaart. De urgentie om het leven te hervormen, daar waar nodig, is voor velen onmeetbaar of onbestaande. De club waar men toe behoort garandeert daarbij ook niet dat men meer naar Gods wil gaat leven in opklimmende heiligheid. Dus, wat de subjectiviteit betreft, lijkt het wijs niet te zwaar te tillen aan de verschillen en vervolgens een tweede bord spaghetti te overwegen.
In mijn tweede gevoel, eerder verstandelijk, moet ik wijzen op Gods capaciteit tot objectief openbaren en kom ik snel uit bij zijn keuze om zijn onzichtbaarheid te doorbreken op sacramentele wijze, op tegenwoordigstellende wijze. "Wie mij ziet, ziet de Vader." Jezus is dus Gods Sacrament bij uitstek, die op zijn beurt de kerk in staat stelt de ten-hemel-verdwenen Christus opnieuw objectief tegenwoordig te stellen voor de zoekende mens. Hier komen we aan bij de objectieve tekenen van Gods genegenheid, namelijk de sacramenten, objectief geschonken en uitgedeeld aan de zoekende vinders, door mensen die daartoe objectief werden gewijd.
Op zich toch weer reden om na het eten van een lekker Italiaans gerecht toch op te staan en even dieper na te denken over ingrijpende hervormingen in ons geloofsleven.
Een Gezin zonder Moeder
Tuesday, September 20, 2011 at 7:27PM
Zo één keer in de twee maanden heb ik eens een gesprek met mijn vader over de verschillen tussen katholicisme en protestantisme. Via heel wat zijwegen kwamen we aan bij de Drie-eenheid. Vermits hij als evangelicaal enkel de Schrift gehoorzaamt, wou ik aantonen dat de ontwikkeling van deze geloofswaarheid veel meer in de Overlevering terug te vinden is dan in de Schrift en dat hij dus onbewust op dit punt afhankelijk is van de katholieke Traditie. Sola Scriptura, ging weeral niet op.
Mijn vader sprak van het beeld van “vloeibaar water, damp en ijs”, als driemaal hetzelfde maar toch verschillend. “Ik heb een beter beeld” pochte ik. “God is een Gezin. God is niet één persoon. God is drie personen: God de Vader, God de Zoon en God de Geest. Een Gezin met een Vader, een Zoon en een Geest.” Het is toen dat mijn vader zichzelf verraste met zijn uitlating over de ontbrekende moeder. Hij bedoelde dit niet diepzinning, maar ik wel, ik stak meteen af naar het diepe.
De Drie-eenheid, die bestond in volmaaktheid, nam een bijzonder verstrekkende beslissing. Door te kiezen voor de menswording schiep de heilige Drie-eenheid plaats voor een moeder in het Gezin. God de Geest overschaduwt een vrouw en God de Zoon wordt mens! De Drie-eenheid die kiest voor Verlossing, kiest voor Menswording én kiest voor het moederschap. De Drie-eenheid stapt uit de eeuwigheid en in de tijd en kiest een vrouw uit. Eén vrouw, te midden van alle geslachten, wordt uitgekozen om de moeder te worden van God de Zoon. Denk aan de mooie schilderijen waar Maria plaats neemt te midden van de Drie-eenheid en er gekroond wordt. Dit is a.h.w. het openbreken van de heilige Drie-eenheid. De Moeder krijgt haar plaats. Geen vier-eenheid, neen, want Maria is de eerste van de verlosten en dus de Moeder van alle verlosten.
Vanaf de nood aan verlossing, vanaf de zondeval, ontstond er de nood aan een moeder van waaruit de Zoon kon geboren worden en ons verlossen. God de Zoon heeft een Vader, maar nu ook een Moeder. Je ziet, de moeder ontbreekt helemaal niet.
Wij, mensen, kunnen ons zelfs geen gezin voorstellen zonder moeder. Dat is niet toevallig. God heeft dit in ons gelegd. Wij, gezinnen, zijn allen voorafspiegelingen en bevestigingen van Gods heilsplan. God bevestigt op de meest ingrijpende manier dat het gezin geen toevalligheid is, maar de ware afspiegeling is van het leven van de Drie-eenheid. Het moet ons dan ook niet verwonderen dat een maatschappij die zich van God afkeert, zich ook gelijktijdig verzet tegen het gezin.
Het gezin is een bovennatuurlijk project van de drie-ene God. Het neemt aanvang in de schepping en wordt ten volle gerealiseerd in sacramentele verbondenheid met onze Verlosser Jezus Christus.
Hebben wij voldoende respect voor het gezin? Tonen wij ons gezin de weg naar de sacramenten om verlossing te ontvangen? Beginnen wij de nood in te zien voor gezinstoewijding?
Laten wij de Vader aanbidden, door de Moeder te erkennen en te vereren. Want straks, in de hemel, zal Zij niet ontbreken op het feest.
Drie-eenheid,
Maria Tenzij gij het vlees van de Mensenzoon eet …
Monday, September 19, 2011 at 7:00PM
In de protestantse wereld gelooft men dat een mentale vereniging met Christus, al biddende eigenlijk, de hoogste vorm van vereniging is met God en dat we geen diepere vereniging, een soort lichamelijke vereniging moeten verwachten. Meer nog, deze gedachte stoot vele protestanten af. Dit volledig in analogie met de Joden die aanstoot namen aan de tot 4 maal toe herhaalde uitspraak van Jezus: “Tenzij gij het vlees van de Mensenzoon eet en zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in u.”
Dit “eten en drinken” wordt al voorafgespiegeld in de tijden van het oude verbond. Om te vermijden dat de engel het leven nam van je eerstgeborene was het niet voldoende om het bloed van een lam op de deurposten te strijken. Alle gezinsleden moesten ook eten van ditzelfde lam. Dan pas zou de engel je huis overslaan.
Tijdens het vieren van het Pesach was er niet sprake van één beker maar van vier. De derde beker was de beker der dankzegging. In het grieks is dat de beker der “eucharisto”. Jezus onderbreekt de joodse liturgie op het moment van de derde beker en geeft zich over om gekruisigd te worden. Jezus sluit zijn lijden en dood in in de liturgie van het nieuwe verbond. De vierde ‘beker’ drinkt Hij aan het kruis en roept uit “Het is volbracht”. Dit is de liturgie van het nieuwe verbond. Het klopt dat het drinken van bloed voor een Jood geen optie was. Dat zou namelijk tot gevolg hebben dat deze uit het (oude) verbond werd gesloten. Maar dat was nu net de bedoeling van Jezus want het Bloed van het Lam Gods beëindigt het oude verbond en opent een Nieuw Verbond. Een nieuw en eeuwig verbond in het Bloed van Christus.
Verbind deze dramatische “aanpassing van de liturgie” aan de uitspraken van Jezus in Johannes 6 én verbind dit alles aan de praktijk van de eerste christenen en je moet geen seconde twijfelen aan de eucharistische-, sacramentele- en zelfs offerdimensie van het breken van het brood en het drinken van de wijn. Bisschop Ignatius van Antiochië, opvolger van de apostel Johannes, én martelaar voor het geloof, gebruikt reeds in het jaar 100 het woord ‘eucharistie’ en benadrukt dat het de ongelovigen zijn die slechts spreken van symbolen wanneer het gaat over brood en wijn na het grote dankzeggingsgebed.
Maar wordt volgens de leer van de katholieke kerk Christus niet dagelijks geofferd. Helemaal niet!. Het is de onveranderlijke leer van de RKK dat er slechts één offer is en dat de eucharistie NIET een nieuw offer is. Het is de tegenwoordigstelling van het ene offer van Calvarie. De Mis is het samenbrengen van tijd en eeuwigheid en de reële vereniging met Christus. Elke mis is dus een echte ‘altar call’.
Jezus heeft inderdaad gezegd: “Ik den de deur, de wijnstok, de weg. Hij zei zelfs “Ik ben het brood des levens”. Dat zijn geestelijke vergelijkingen. Maar het is iets heel anders wanneer Hij zegt: “Voorwaar, voorwaar, Mijn vlees is waarlijk voedsel en mijn bloed is waarlijk drank”. Dat is geen vergelijking van het type ‘deur, wijnstok, weg’. Het is die “voorwaar” en die “waarlijk” wat de Joden zo geschokt heeft. Zij wisten dat Hij het letterlijk meende. Zoals iedereen kan opzoeken, kan men zien dat het woord “vlees” in de oorspronkelijke tekst niet doelt op lichaam maar echt op (mensen)vlees. Schokkend? Jazeker, maar niet meer schokkend dan Verlossing aanbieden aan de mensheid door jezelf slachtoffer te maken van een wansmakelijke moord aan een Kruis.
Is het niet droevig dat wij na het aandringen van Jezus én het getuigenis van zoveel eeuwen christenen moeten zeggen: “Jezus heeft dus willen zeggen dat we het leven niet ontvangen door het letterlijk eten van Zijn vlees en het letterlijk drinken van Zijn bloed, maar door het geloof.” We moeten wachten op een reeks afgezonderde dwaalleraars en de nieuwe denkers van de 16e eeuw om gezelschap te vinden in deze uitspraak. Dit is geen atheïsme, dit is christelijk ongeloof.
De Eucharistie is het grootste geschenk van God aan zijn Kerk opdat de gelovigen van alle tijden, door Gods ingrijpen, verbonden kunnen worden met het eenmalige offer van Christus aan het kruis alsof ze er toen bij waren. Opnieuw zal de dood ons niet kunnen raken als wij eten van het Lam Gods.
Het moet ons niet verbazen dat het grootste godsgeschenk de meeste tegenstand oproept en dat ‘de tegenstander’ zich ten volle zal inzetten om de christenen te beroven van de essentie. “Laat ze maar bidden en vroom doen. Laat ze maar creatief spelen met wat een avondmaal zou kunnen zijn. Zolang ze maar geen deel hebben aan het Lichaam en Bloed van Christus. Want zolang zij het vlees van de Mensenzoon niet eten en zijn bloed niet drinken, hebben zij geen leven in zich.”
Alleen is maar alleen
Tuesday, August 30, 2011 at 3:48PM 
Maar als bovenvermelde negatieve beoordeling ergens van toepassing zou kunnen zijn, is het wel met betrekking tot de eeuwige discussie omtrent geloof en werken. Voor een buitenstaander moet dit toch overkomen als hermetisch gekibbel of het puberale eigen gelijk willen halen in een technisch dossier dat niets van doen heeft met het echte leven.
Het zijn vooral protestanten die er steeds op terug komen. O ja, en katholieken met een geloofsverdedigende blog, zoals ik dus. Ik beken. Kom, laat ik het er nog eens over hebben.
We hebben het dus over de abstracte term 'rechtvaardiging'. Laat ik dit even parafraseren naar 'aanvaardbaar maken'. Een zondig mens is geen aanvaardbare hemelburger, tenzij er iets gebeurt dat de mens aanvaardbaar maakt. Wat zou dat zijn?
Niemand minder dan de apostel Jakobus leert ons het volgende in de Schrift: "Ziet gij dan nu, dat een mens door werken gerechtvaardigd wordt, en niet alleen door het geloof".
Sinds Luther geloven protestanten het tegenovergestelde: "Ziet gij dan nu, dat een mens niet door werken gerechtvaardigd wordt, en alleen door het geloof". Ja, werkelijk. Ik verzin dit niet.
Ik herinner mij een oude film over Luther, waar hij met een in-inkt-gedrenkte pluim het woord sola of alleen toevoegt boven de schrifttekst waar sprake is van rechtvaardiging door geloof. Hij voegt toe wat leek te ontbreken. Later ondernam Luther ernstige pogingen om het boek van de apostel Jakobus uit de bijbel te verwijderen. Je ziet het: aan geloof wordt 'alleen' toegevoegd en de term rechtvaardiging door werken moet verdwijnen.
Omdat het Luther niet gelukt is om het boek Jakobus uit de Schrift te verwijderen, zal je merken dat protestanten het bezwarende vers uit het boek Jakobus ogenblikkelijk beginnen te counteren met andere bijbelteksten, alsof de bijbel met de bijbel weerlegd moet worden. Als de protestant moet kiezen tussen de apostel Jakobus en Luther, kiest deze voor Luther. Men verkiest de hervorming, boven de oorsprong. Het a priori is zo groot dat het elke lezing van de Schrift voorafgaat. Elk bezwarend vers, en dat zijn er legio, wordt meteen afgezwakt en weggeduwd achter makkelijkere bijbelverzen. Spijtig genoeg is de bijbel zelf niet bij machte enige inconsequentie te onderlijnen en kan het boek niet anders dan elk menselijk gedrag en geforceerde interpretatie ondergaan. Men leest verder alsof er niets aan de hand is. De theologie primeert: de mens wordt door geloof alleen en niet door werken gerechtvaardigd. Sola Fide.
Waarom is dit zo belangrijk voor hen? Omdat zij een strijd voeren tegen wat sommige onder hen religie noemen. Zij denken dat de katholieke kerk leert dat de mens zichzelf voor God aannemelijk moet maken door goed of zelfs heldhaftig gedrag. Het komt hen over dat het evangelie van Jezus Christus verkeerd begrepen en voorgesteld wordt en dat daardoor tekort wordt gedaan aan de eer die alleen God toekomt.
Ze hebben er moeite mee dat de katholieke kerk haar gelovigen voorhoudt dat hun liefde voor Jezus enkel openbaar wordt door zijn geboden te onderhouden; dat de gelovigen tot het einde van het leven moeten volharden om gered te zijn; dat de gelovigen hun heil moeten bewerken en zich moeten inspannen om hun roeping waar te maken om ten slotte op het einde van het leven de redding in ontvangst te nemen. (1)
Alsof de katholieke kerk niet zou weten, noch onderwijzen dat al onze inspanningen, al ons bewerken en al ons volharden, in God moet gebeuren, als vrucht van genade welke alles in ons voorbereid. Alsof de kerk de bovenstaande opdracht geeft aan de "kinderen van ongehoorzaamheid". Neen, de kerk vraagt dit van de gedoopte, van elke ondergedompelde in Christus, van elke uitverkorene die in staat is gesteld om zijn roeping waar te maken.
Ook voor de katholieke kerk wordt de mens om niet gerechtvaardigd door Christus en kan de gelovige nooit roemen omdat alles nu eenmaal een gave van God is. Maar God zal toch niemand rechtvaardigen en daarna aanvaarden dat deze in slechte werken gaat wandelen? Daarom moeten wij kiezen voor de goede werken die Hij voor ons heeft klaargelegd. Niet de werken der wet of de wetsvereisten van het oude verbond, natuurlijk. Neen, wel de werken van het nieuwe verbond, ingegeven door de heilige Geest.
Als we dat niet doen, zullen wij onze roeping, ja zelfs onze uitverkiezing niet kunnen waarmaken en zullen wij naast onze redding grijpen (2 Pt 1:10). Iedereen die dat verzwijgt, moeten we aanklagen. De voorgangers die de gelovigen ogenblikkelijke maar ook uiteindelijke redding garanderen, moeten we aanduiden als voorspoedsverkondigers die de Schrift verdraaien. Mensen laten zich te graag voorliegen en zijn altijd te vinden voor een dieet dat geen moeite kost. We dienen dus op te treden tegen de verspreiding van vermetel geloof.
We moeten dus stellen dat God ons reeds rechtvaardigt, ons aanvaardt, ten gevolge van ons geloof, totaal onverdiend. Deze aanvaarding is het startpunt dat oplevert dat wij, opgenomen in de kerk, ontvangers worden van de benodigde genade om een nieuw leven van bekering te kunnen leiden. Het is geen eindpunt want, zegt Jakobus, wat voor nut heeft het indien iemand zegt dat hij het geloof heeft maar niet de werken? Kan zo'n geloof iemand redden? Neen dus. Onze initiële rechtvaardiging door geloof is dus een vooruitblik op onze uiteindelijke rechtvaardiging door werken. Het is wel degelijk zoals het in de Schrift staat: een mens wordt door werken gerechtvaardigd, en niet alleen door het geloof.
Anders gezegd: We worden gered, opgetild uit de genadeloze wereld waar we alleen maar verloren kunnen gaan, om toegang te krijgen tot Gods genade, Gods hulp. Enkel deze hulp zal ons in staat stellen om de goede werken die God voor ons voorbereid heeft, te verrichten. Als wij deze genade benutten, als wij vrijelijk meewerken met Gods genade, dan zullen wij uiteindelijk gered zijn en zal ons toegang worden verleend tot het Koninkrijk. Geen garantie - het hangt nog steeds van ons af - maar wel geen excuus meer: God heeft ons alles gegeven om het doel te bereiken. Er zijn dus twee dimensies verbonden aan redding en twee polen met betrekking tot rechtvaardiging.
Ik besef dat vele protestanten met bovenstaande uiteenzetting van geloof en werken zullen instemmen, en zelfs hele stukken uit het concilie van Trente met stijgende verbazing zullen kunnen beamen. Daarom klopt het mogelijk dat de slingerbeweging stilaan de andere richting uitgaat. Misschien ken je deze uitspraak?
Een goed katholiek gelooft en een goed protestant werkt.
Helder, niet? Het klopt ook, denk ik. Laat ons dan samen gaan voor het volle evangelie van geloof en werken. Laten we elkaar eraan herinneren dat wij uit onze werken de kwaliteit van ons geloof kunnen tonen. Zo heeft de ongelovige wereld er ook nog iets aan, namelijk een overtuigend getuigenis. Ook kan het een sterke basis vormen om op rustige wijze gesprekken te voeren over de vérstrekkende consequenties van het in-Christus-zijn, zoals het stellen van daden van eerherstel en offervaardigheid. Dat is namelijk een dimensie die ontoegankelijk blijft door de bottle neck van Sola Fide.
Graag wil ik eindigen met een citaat uit het concilie van de contra-reformatie.
Als derhalve door God het hart van de mens door de verlichting van de Heilige Geest zonder welke de mens zelf niets doet, hoogstens kan hij haar afwijzen, is aangeraakt, kan hij toch niet zonder de genade Gods, zich bewegen naar de gerechtigheid, ten overstaan van Hem, door zijn eigen vrije wil. Vandaar als door heilige Schrift gezegd wordt "Keert om tot Mij en Ik zal Mij omkeren tot U" (Zach. 1:3) worden wij in onze vrijheid aangespoord, als wij antwoorden "Bekeer ons o Heer, tot U en wij zullen worden bekeerd" (Klg. 5:21), belijden wij dat Gods genade ons vooruit gaat.
