Maria zal ons ooit samenbrengen!
Monday, August 24, 2009 at 5:12PM Als wij christenen uiteen zijn gegaan omwille van Maria, zullen we ook ooit weer samenkomen via Maria. Wat katholieken en orthodoxen doen, is Maria vereren. Dus: eer brengen. Niet aanbidden. Protestanten die dit beweren, moeten mij maar eerst eens één document van het Magisterium van de RKKerk voorleggen waarin staat dat katholieken Maria 'aanbidden'! Katholieken (en orthodoxen) weten zeer goed dat Maria géén godin is. Enkel en alleen wordt de Drie-Ene God (Vader-Zoon-H.Geest) aanbeden. Ik verwijs hier gewoon naar de liturgie, als we het Gloria bidden, zeggen of zingen we: Gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, Jezus Christus, met de heilige Geest in de heerlijkheid van God de Vader.
Uiteraard zijn wij allen als christenen in staat om bij God ten beste te spreken voor onze geliefden. Zowel de christenen op aarde als in de hemel kunnen tot God bidden voor de noden van anderen. In die zin zijn wij allemaal 'voorsprekers'. Ook Maria, die Christus zo intens nabij was van de geboorte tot calvarie (Joh.19) -maar ook daarna (Hand.1,14)- , is zo'n voorspreekster. Velen van ons wenden zich tot Maria om haar voorspraak te vragen, zoals de wijnschenker te Kana ooit zich tot haar wendde om te melden dat de wijn op was. Maar we weten dat alles wat wij aan Maria vragen, zij sowieso aan Christus haar Zoon voorlegt, dé Middelaar, de Deur en de Heiland!
Maria vermindert niet het belang van Christus, maar accentueert Christus juist. Zij is de christengelovige bij uitstek, en ze zegt aan ons, zoals ook aan de wijnschenker te Kana: "Wat Hij u ook zegt, doe dat!" (Joh.2,5)
Dat in de Openbaring van de Heilige Apostel Johannes de 'Vrouw' in het visioen Maria is, is geen hereinterpretierung of uitlegkunde. Het is authentieke interpretatie van de Apokalyps volgens de apostolische traditie. Vergeet bovendien niet dat Maria door Christus zelf aan de schrijver van de openbaring, Johannes, als moeder is gegeven! "Bij het kruis stonden zijn Moeder, de zuster van zijn Moeder, Maria de vrouw van Klopas en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn Moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn Moeder: 'Vrouw, zie daar uw zoon.' Vervolgens zei Hij tot de leerling: 'Zie daar uw Moeder.' En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis." (Joh.19,25-27). Dit is een heel belangrijke passage en wel om verschillende redenen.
Eerst en vooral moeten we elke oppervlakkige interpretatie hier vermijden. Zoals Buttet het stelt: Het is zeker niet zo dat Jezus opeens dacht: "Sapristie! Nu gaat mijn Moeder alleen zijn en niemand om voor haar te zorgen. Ai ai ai, wat nu?... en geen sociale zekerheid!... Johannes doet gij daar eens vlug iets aan!" "OK ik zal haar bij mij nemen..." Ge begrijpt goed dat het veel dieper bedoeld was dan dat… Er bestond in de Joods-Hebreeuwse traditie in elke familie, wat zij een "go-el" noemden, een familielid dat belast was met de zorg voor de weduwen en wezen van de familie, en we hebben alle reden om te geloven dat dat ook zo was voor de familie van Maria en van Jozef, en wat dat betreft zal dat voor Maria ook wel voorzien geweest zijn. Dat was het dus niet waarom Jezus bezorgd was. Nee, dit is het evangelie van Johannes, van de vier evangelisten dé theoloog bij uitstek, en elk woord heeft zijn diepe betekenis: het zijn Jezus' laatste woorden en het is zijn testament. Hij geeft daar wat Hem het meest dierbaar is als nalatenschap. Door en door 'Johanneïsch'!
Deze passage is zelfs uiterst belangrijk op oecumenisch vlak. Het gaat er niet om dat het facultatief is om Maria bij zich in huis te nemen, het is geen kwestie van Mariale devotie, van een persoonlijke voorkeur voor Maria, zoals er sommigen denken: ik ben voor Maria en anderen: ik ben tegen Maria... Nee, dat is het niet. Het is theologisch gefundeerd en wel door verschillende exegeten die zich baseren op de Griekse grondtekst. En het is heel sterk wat er staat als ge de grondtekst leest. De passage die eraan voorafgaat is die waar de klederen van Jezus verdeeld worrden. Er staat: "Ze namen ook de lijfrok, die echter zonder naad was, aan één stuk geweven van bovenaf." (Joh.19,23) Aan één stuk geweven. Vanaf het begin van de Kerk, vanaf de eerste kerkvaders heeft men er nooit aan getwijfeld dat dat kleed, zonder naad, aan één stuk geweven staat voor de Kerk. "Van bovenaf geweven" betekent het hoofd, en dat is Christus, en het kleed is het lichaam, dat van de Kerk het lichaam van Christus maakt: "geweven aan één stuk" dat niet gescheurd kan worden. En de kerkvaders zeiden: we hebben niet het recht om dat kleed zonder naad van Christus, dat staat voor de Kerk, te scheuren. Er staat in het Grieks: door "schisma" te maken: dus om een afscheuring te maken in de Kerk. En in het Evangelie staat er zelfs achter, dat de soldaten, toen ze dat zagen zeiden: “laten we die lijfrok dus niet scheuren, maar erom loten wie hem krijgt." (Joh.19,24) Laten we dus geen "schisma" maken, dat wil dus zeggen: laten we het lichaam van Christus niet scheuren. Dat is dus wat de soldaten hebben gezegd, en ze hebben het kleed niet verscheurd maar erom geloot.
Wat staat er dan verder in de tekst? "Terwijl de soldaten hiermee bezig waren, stond bij Jezus' kruis zijn moeder enz." In de Griekse grondtekst staat er eerst het woordje "de"="welnu": "Welnu, terwijl de soldaten daarmee bezig waren..." en in de zin die eraan voorafgaat staat in het Grieks het woordje "men"="dus". Er bestaat tussen die twee woorden "dus" en "welnu" een grammaticaal oorzakelijk verband: het een verklaart het ander, het ene bestaat niet zonder het andere. Het tweede woordje "welnu" legt uit waarom het eerste "dus" er staat, en waarom dat de oorzaak is van wat er volgt. De verklaring waarom het kleed van Jezus niet verscheurd werd, staat er dus vlak achter, nl. omdat de Moeder van Jezus die onder het kruis stond aan de leerling werd gegeven die Jezus liefhad en die haar bij zich in huis nam. Hieruit blijkt dus duidelijk dat Maria zeker geen beletsel is voor de eenheid van de Kerk, maar juist de noodzakelijke voorwaarde voor die eenheid! Er zal in de Kerk geen eenheid komen, buiten Maria om. En dat is geen uitleg van een paar katholieke exegeten: het is een theologisch gefundeerde verklaring die zich baseert op de exegese van de oorspronkelijke Griekse grondtekst van het Johannesevangelie: we weten dat Johannes zijn evangelie in het Grieks geschreven heeft. Dat is dus geen toeval. In het Grieks vereist het woordje "dus" dat er een "welnu" op volgt, dat verklaart waarom die "dus" daar eerst stond. "Dus" verscheurden ze het kleed niet, "welnu", onder het kruis stond zijn moeder..."
Bovendien, De christenen uit de vroege Kerk en de vroegste interpretatoren van het Johannesevangelie wisten dat 'de geliefde leerling' model staat voor àlle christenen: Die, in navolging van Johannes, hun hoofd dicht bij het hart van Jezus durven leggen, Christus volgen tot onder het kruis, getuigen van de verrijzenis en het geloof verkondigen. Zo is de geliefde leerling het beeld van de hele Kerk.Als we Jezus' bede "Mogen allen één zijn" (Joh.17) nastreven: één Lichaam, één brood delend, één Kerk, één Heer Jezus Christus,... laten we dan ook, net als Jezus' geliefde leerling, Maria als moeder in huis nemen. (geschreven door Mathias)
Rob |
Post a Comment | 
Reader Comments