GEBED TOT DE HEILIGE GEEST
Kom heilige Geest, schenk ons ware nederigheid zodat we onszelf werkelijk mogen zien zoals U ons ziet en we deze totale toewijding aan Jezus, door Maria, in eenheid met de heilige Jozef oprecht mogen beleven.
DE WARE GODSVRUCHT
voorbereiding op het Rijk van Jezus Christus
H. Louis-Marie Grignon de Montfort
215. Deze moeder van de schone liefde zal uit uw hart alle angstvalligheid en serviele vrees verwijderen. Zij zal het openen en verruimen om snel voortgang te maken in de geboden van haar Zoon, met de heilige vrijheid van de kinderen Gods.
Dan zal zij het ook vervullen met de zuivere liefde waarvan zij de schatbewaarster is. Aldus zult u niet meer, zoals tevoren, handelen uit vrees voor God, die liefde is, maar uit zuivere liefde. Als uw goede Vader zult u Hem gaan beschouwen; zonder ophouden zult u proberen Hem te behagen. Als een kind met zijn goede vader, zo zult ook u vertrouwelijk omgaan met God. En wanneer u het ongeluk hebt Hem te beledigen, zult u zich daarvoor aanstonds voor Hem vernederen, Hem er deemoedig vergiffenis voor vragen en in alle eenvoud uw hand naar Hem uitsteken. Dan zult u in liefde weer opstaan, zonder verwarring of ongerustheid, en uw opgang naar God voortzetten zonder ontmoediging.
216. De heilige Maagd zal u vervullen met een sterk vertrouwen op God en op haarzelf:
Ten eerste: omdat u niet meer op eigen kracht tot Jezus Christus zult naderen, maar altijd door die goede moeder.
Ten tweede: omdat zij u zal laten delen in haar deugden en u met haar verdiensten bekleden. U hebt haar immers al uw verdiensten, genaden en voldoeningen afgestaan om er naar eigen goedvinden over te beschikken. U zult dan ook met volle vertrouwen tot God kunnen zeggen: Hier is uw dienstmaagd Maria, mij geschiede naar uw woord.
Ten derde: omdat zij, in ruil voor uw totale zelfgave naar lichaam en ziel, zich wonderbaarlijk maar reëel aan u zal meedelen. Zij is immers vrijgevig met de vrijgevigen, ja vrijgeviger dan de vrijgevigen. Met alle vrijmoedigheid kunt u haar dan ook zeggen: Ik ben van u, heilige Maagd; red mij. Of, zoals ik reeds gezegd heb met de woorden van de welbeminde leerling: Heilige moeder, ik heb u tot enig bezit genomen. Met de heilige Bonaventura kunt u ook nog zeggen: ‘Mijn lieve meesteres en redster, vol vertrouwen zal ik handelen en niet bang zijn, want u bent mijn kracht en mijn glorie in de Heer … Ik ben helemaal van u, en al wat ik heb behoort u toe, glorierijke Maagd, gezegende boven al het geschapene, laat mij u als een zegel op mijn hart drukken, want uw liefde is sterk als de dood!’
MATHEÜS 12,46-50
‘Terwijl Hij nog tot het volk sprak gebeurde het dat zijn moeder en broeders buiten stonden om te trachten met Hem te spreken. Iemand kwam Hem nu zeggen: Uw moeder en broeders staan daar buiten en willen U spreken. Maar Hij antwoordde aan degene die Hem dit kwam zeggen: Wie is mij moeder en wij zijn mijn broeders? En met een gebaar naar zijn leerlingen zei Hij: Ziedaar mijn moeder en mijn broeders: want mijn broeder, mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil volbrengen van mijn Vader in de hemel.’
BID TOT SLOT MINSTENS 3 TIENTJES VAN DE ROZENKRANS (6a-9)
(bij voorkeur met je gezin in de loop van de dag. Indien je het dagelijks gezinsrozenhoedje reeds bidt, mag je deze tientjes weglaten)
Extra:
BRIEF AAN DE GEZINNEN
Johannes Paulus II
Brief aan de gezinnen (1994)
20. De Geschiedenis van de “schone liefde” begint bij de Boodschap aan Maria, met die wonderlijke woorden die de engel sprak tot haar, die geroepen was de Moeder van de Zoon van God te worden. Met Maria’s jawoord wordt Hij die ‘God uit God en Licht uit Licht’ is een mensenzoon.
Maria is Zijn moeder, terwijl ze toch de Maagd blijft die ‘geen gemeenschap heeft met een man’. (vgl. Lc. 1,34). Als moeder en maagd wordt Maria de Moeder van de schone liefde. Deze waarheid is reeds geopenbaard in de woorden van de engel Gabriël, maar de volledige betekenis ervan zal geleidelijk aan duidelijker en evidenter worden, als Maria, in standvastige vereniging met haar Zoon, voortgaat op de pelgrimstocht van het geloof.
De ‘Moeder van de Schone Liefde’ werd aanvaard door de man, die volgens de traditie van Israël, reeds haar aardse echtgenoot was, Jozef, uit het huis van David. Jozef had het recht zijn verloofde te beschouwen als zijn vrouw en de moeder van zijn kinderen. Maar God neemt het op zich in dit echtelijk verbond tussenbeide te komen: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de Heilige Geest.’ (Mt. 1,20). Jozef heeft gemerkt, heeft met zijn eigen ogen gezien, dat Maria nieuw leven heeft ontvangen, waar hij buiten staat. Daar hij rechtschapen was en de wet van Oude Verbond onderhield, die in deze situatie tot echtscheiding verplichtte, wilde hij zijn huwelijk op liefdevolle wijze ontbinden (vgl. Mt.1,19). De engel van de Heer vertelt hem dan dat dit niet zou stroken met zijn roeping; in feite zou het het strijdig zijn met de echtelijke liefde die hem met Maria verbindt. Wil deze wederzijdse echtelijke liefde die hem met Maria verbindt. Wil deze wederzijdse echtelijke liefde volledig de ‘schone liefde” worden, dan moet hij Maria en haar Zoon in zijn eigen huis in Nazareth opnemen. Jozef gehoorzaamt aan de goddelijke boodschap en doet alles wat hem opgedragen is (vgl. Mt. 1,24). En zo wordt, mede dankzij Jozef, het geheim wan de Menswording, en daarmee het geheim van de Heilige Familie, diep gegrift in de echtelijke liefde van man en vrouw, en, op indirecte wijze, in de afkomst van ieder menselijk gezin. Wat Sint Paulus het ‘grote geheim’ zal noemen, heeft zijn meest verheven expressie gevonden in de Heilige Familie. Zo heeft het gezin wezenlijk zijn plaats in het hart van het Nieuwe verbond.
Ook kan gezegd worden dat de geschiedenis van de ‘schone liefde’ in zekere zin begonnen is met het eerste mensenpaar, Adam en Eva. De bekoring waaraan ze toegaven en de erfzonde die daaruit voortvloeide, beroofde hen niet volledig van het vermogen tot ‘schone liefde’. Dit wordt duidelijk als we bijvoorbeeld in het boek Tobit lezen dat het bruidspaar Tobias en Sara, bij het bepalen van de betekenis van hun verbintenis, zich beroepen op hun eerste ouders, Adam en Eva (vgl. Tob. 8,6) In het Nieuwe Verbond getuigt ook Sint Paulus hiervan, als hij Christus een nieuwe Adam noemt (vgl. 1Kor. 15,45). Christus komt niet om de eerste Adam en de eerste Eva te veroordelen, maar om het te verlossen. Hij komt alles vernieuwen wat Gods gave aan de mens is, alles in hem wat eeuwig goed en schoon is, alles wat de basis vormt voor de ‘schone liefde’. De geschiedenis van de ‘schone liefde” is, in zekere zin, de geschiedenis van de verlossing van de mens.
‘Schone liefde’ begint altijd met de zelf-openbaring van de persoon. bij de schepping openbaart Eva zich aan Adam, en Adam zich aan Eva. In de loop der geschiedenis zeggen jonggetrouwde paren tegen elkaar: ‘Wij zullen onze levensweg samen gaan.’ Zo begint het gezin als een verbintenis van twee en, door het sacrament, als een nieuwe gemeenschap in Christus. Om werkelijk ‘schoon’ te zijn, moet liefde een gave van God zijn, door de Heilige Geest op mensenharten geënt en voortdurende gevoed (vgl. Rom. 5,5). In het volledige bewustzijn hiervan vraagt de Kerk, bij het huwelijkssacrament, de Heilige Geest in mensenharten te komen. Als liefde waarlijk ‘schone liefde’ zal zijn, een gave van de ene persoon aan de ander, dan moet ze afkomstig zijn van Hem die zelf een gave is en de bron van elke gave.
Dat was het geval, zoals het evangelie verhaalt, bij Maria en Jozef, die op de drempel van het Nieuwe Verbond, de ervaring van de ‘schone liefde’, zoals die beschreven wordt in het Hooglied, opnieuw beleefden. Jozef denkt aan Maria met de woorden: ‘Mijn zuster, mijn bruid’ (Hoogl. 4,9). Maria, de Moeder van God, ontvangt haar Kind door de kracht van de Heilige Geest, de bron van de ‘schone liefde’, die het evangelie fijngevoelig in de context van het ‘grote geheim’ plaatst.
Als we over ‘schone liefde’ spreken, spreken we ook over schoonheid: de schoonheid van de liefde en de schoonheid van de mens die, door de kracht van de Heilige Geest, tot zulke liefde in staat is. We spreken over de schoonheid van man en vrouw: hun schoonheid als broeder of zuster, als een paar dat op trouwen staat, als echtgenoten. Het evangelie werpt niet alleen licht op het geheim van de ‘schone liefde’, maar ook op het even diepe geheim van de schoonheid, die, evenals de liefde, van God komt. Man en vrouw zijn van God, twee personen geroepen om een wederzijdse zelfgave te worden. Uit de eerste gave van de Heilige Geest, die ‘het leven geeft’, ontstaat de wederzijdse gave om elkaars huwelijkspartner te zijn, maar ook om broer of zus te zijn.
DE GAVEN VAN DE HEILIGE GEEST EN DE INGESTORTE DEUGDEN (53L1)



